donderdag, 29 juni 2017

Zuiderse gast.

Het lijkt wel het jaar van de zeldzame soorten voor onze gebieden. Deze keer kon Gert een zeldzame libel spotten in de Grote Beemd. Het gaat om de Zuidelijke oeverlibel. Een soort wiens verspreidingsgebied zoals de naam laat vermoeden vooral zuidelijk Europa is. De soort duikt sporadisch op in ons landje. En eentje vond dan ook dat ze een bezoekje aan Wellen moest brengen.

13980921.jpg

Foto : Robby Stocks

Blauw.

De gewone oeverlibel kom je wel vaker tegen. Een heel algemene soort uit de familie van de korenbouten. Dan heb je de beekoeverlibel en tenslotte de meest zeldzame, de zuidelijke oeverlibel. Het verschil zit vooral in de kleur van het borststuk. Dat is bij de zuidelijke geheel blauw, net als haar achterlijf. En ze hebben geen schouderstrepen wat hen dan weer onderscheidt van de beekoeverlibel. Niet simpel, die libellen.

14025718.jpg

Zuidelijke oeverlibel (foto : Robert Pieters)

14031359.jpg

Gewone oeverlibel.

Water.

Dat er de laatste jaren heel wat libellen-soorten opduiken hebben we te danken aan meer water in onze gebieden. Want deze soorten houden zich meestal op in de buurt van vijvers, poelen en beekjes. Door ons beheer om water in poelen langer in onze gebieden te houden krijgen we als bonus een mooi palet aan libellen. En daar kunnen we enkel maar blij om zijn. Want deze prachtige beestjes geven onze gebieden een extraatje. Ga eens op zoek naar deze juweeltjes en geniet van hun wonderlijke vlucht en kleurenpracht.

oeverlibel0001.jpg

"Onze" zuidelijke oeverlibel (foto : Gert Appeltans)

 

Soortenlijst libellen Wellen

Schermafbeelding 2017-06-29 om 20.20.13.png

20:23 Gepost door Dirk | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

woensdag, 21 juni 2017

Een lege dakgoot.

Vandaag vond ik op de stoep in Wellen centrum een lijkje. Een jonge gierzwaluw lag levenloos voor mijn voeten. Denkelijk gestorven van de hitte onder een gloeiende dakpan. Want gierzwaluwen broeden nu eenmaal graag in spleetjes onder dakpannen. Ook al zijn die tegenwoordig steeds minder te vinden. En op die plekjes kan het momenteel heel warm worden. Kooktemperatuur. En daar is zelfs een overlevingsspecialist als onze gierzwaluw niet tegen opgewassen.

IMG_0807.jpg

RIP gierzwaluwtje.

En de dakgoten blijven ook verdacht leeg. De tjilpende mussen van weleer houden hun bek of kunnen hem niet gebruiken omdat ze in de verzengende hitte die moeten open houden om af te koelen. Want elke mus weet dat je bij zo een heet weer best niet in een dakgoot gaat zitten want dan val je er anders toch spreekwoordelijk uit.

De natuur snakt naar water. En de minister neemt dan ook maatregelen om dat kostbare water te beschermen. Niet enkel voor de natuur maar ook voor onszelf. Want ondanks het waanidee van velen dat dat water onbeperkt uit een kraan zal blijven komen is de voorraad niet oneindig. Vraag dat maar eens aan onze medemensen in Zuid-Soedan of een ander Afrikaans land waar die kraan vervangen is door een waterput die je elke dag met een paar jerrycans moet gaan bezoeken op tientallen kilometers van je deur. 

Het peil van ons grondwater is al decennia aan het dalen. Dat zien wij in onze gebieden waar de Herk steeds meer begint te lijken op de Grand-Canyon (enige vorm van overdrijving mag soms). En onze moerasjes en poelen steeds vroeger op het jaar droge putten worden. En de klimaat-catastrofe gaat hier niets aan veranderen. Tenzij in de verkeerde richting. Dit kunnen we niet ontkennen. Zelfs een Amerikaanse idioot met een belachelijk strokapsel weet dat. Hoewel hij om zijn postje te behouden en zijn sponsors te bekoren dit op TV toch doet. Dat we dan ook nog even heel wat van onze beken en rivieren blijven vervuilen met allerhande rotzooi zoals zwerfvuil, pesticiden en wat weet ik nog allemaal brengt ook geen zoden of in dit geval liters aan de dijk.

Neen, water is niet onbeperkt te verkrijgen. Maar als we dit ooit door hebben en de laatste druppels uit onze kraan zien komen. Of dat we zelf de bodem zien van die waterput waar wij dan ook naartoe moeten wandelen elke dag. Dan is het te laat. Denk daar even aan als je het egoïstische idee krijgt om tegen alle waarschuwingen in toch die heilige koe te wassen, die plantjes te begieten (die je volgend jaar toch opnieuw moet gaan kopen in het tuincentrum) of dat madeliefloze gazon te besproeien. Of als dat niet helpt… bekijk dan nog even ons gierzwaluwtje. 

20:25 Gepost door Dirk | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

woensdag, 14 juni 2017

De waarheid over de boskaart.

DE BOSKAART - AMATEURISME TROEF

 1e amateurisme

Wie de kans heeft gehad om een blik te mogen werpen op de boskaart – die in mei als een meikever kwam en verdween - zal zeker zijn ogen opengetrokken hebben. De enige echte Wellense bossen – die van Ulbeek - waren zonevreemd en dus “onbeschermd. Dat was fout. Nalatigheid of amateurisme, ambtelijk fout in ieder geval. Wellen heeft sinds jaren - als een van de weinige gemeenten in Vlaanderen - een Ruimtelijke Uitvoeringsplan Natuurkernen. In dat plan zijn de bossen van Ulbeek opgenomen als natuurkern met bestemming natuurgebied. De Wellense bossen zijn dus niet zonevreemd. Ze zijn intussen beschermd – lang voor Vlaanderen het initiatief nam om haar bossen te beschermen.

 back-landschap.jpg

Boslandschap (Marius van Dokkum, 2005)

Het is wel bedenkelijk dat Vlaanderen niet wist dat kleine gemeenten ook een natuurbeleid kunnen voeren. We hebben geen tijd gekregen om ons gram te halen. De boskaart werd ingetrokken door de Vlaamse Minister President. Maar daar had Ulbeek niets mee te maken. Onze bossen zijn intussen wel beschermd. Die van Vlaanderen niet. Als alle gemeenten in Vlaanderen dat gedaan hadden, dan was er geen probleem geweest. En jawel, het werkt. Vorige week aangetroffen, een nieuwe soort in Wellen, de Bosorchis. Het kan niet symbolischer zijn.

2de amateurisme

Dat heeft te maken met het bedenkelijk niveau van de boskaart. Eerlijk gezegd trok de kaart op niets. Keuterboerenkaart, om het maar eens terug te zeggen. Het beleid mocht zo’n kaart nooit of nooit aan de burger voorleggen, uit eigen eergevoel en uit zelfrespect.  De verklaring. In 2016 legde de minister een kaart voor om 12.000 ha zonevreemde bossen te beschermen. Het was een goede kaart. De bescherming betekende geenszins een verbod, maar wel een verhoogde procedure om bossen te kappen, ontwikkelen en een compensatie, ook financieel. Na een bestorming van de ministeriele kabinetten door projectontwikkelaars (in ruime zin) verminderde het aantal ha bos op de boskaart drastisch met de motivatie “beslist beleid”. Om geen gezichtsverlies te leiden werd het verloren areaal vervangen door 10.000 kleine bossnippers. In feite waren die snippertjes het resultaat van een onjuiste digitale overlapping van kaarten, een technisch probleem. Het zijn foutjes die elke planner of landmeter dagelijks meemaakt en er onmiddellijk uithaalt. Maar hier bleven ze dus bewust staan voor de “schone schijn”, om de 12.000 ha te behouden. De kleine snippers moesten het verloren areaal van het zogenaamde “het beslist beleid” compenseren. Geen wonder dat er veel weerstand kwam tegen de boskaart van de duizenden kleine bosjes- en houtkanteigenaars. Het is zeer amateuristisch, ergerlijk en onverantwoordelijk om zo’n slechte kaart aan een openbaar onderzoek te onderwerpen als je weet dat het tot een jarenlang ambtelijk en juridisch kluwen en getouwtrek gaat leiden, dat bovendien pal naast de kwestie gaat. Ik denk dat onze ambtenaren andere dingen te doen hebben. Ik mag er niet aan denken dat dit amateurisme wel eens sluwe gestuurde chaos zou kunnen zijn. Dan is het natuurlijk nog erger.

 

landvolk.jpg

Hendrik Barend Koekoek, bosweg (1849-1909)

 3de amateurisme

Het debat in het Vlaams parlement. Ik heb dat debat gevolgd, 3 uur lang. En het was schrijnend hoe weinig parlementsleden in staat waren om de context van de kaart te snappen en verdedigen, te argumenteren van uit een klimaat- en biodiversiteitsbeleid en de indruk te geven dat ze werk willen maken van een ander Vlaams ruimtelijk en biodiversiteitsbeleid. Het natuurbeleid zit nog steeds in de verdrukking. De strijd tegen natuur blijft een primitieve homosapiense reflex. Natuur is gevaarlijk, de reflex genetisch. Je zou verwachten dat zulk een natuurbeleid geen discussie meer behoeft. Maar neen. Bossen zijn nog altijd bedreigend in Vlaanderen. Vooral de angst om niet te mogen bouwen of verbouwen of telen.  

Ja, we hebben angst van grote bomen. We mogen dan wel beschermde bossen hebben, het natuurbewustzijn van de Belg is bedroevend. Kijk maar eens rondom ons, naar de bomenarmoede in onze tuinen. Welke privéeigenaar heeft er in Wellen al het initiatief genomen om op zijn perceel, in zijn voortuin een grote boom te planten om het straatbeeld te verfraaien ? En waar zijn de grote bomen en houtkanten in onze landbouwgebieden, nochtans nodig voor de bevruchting en soortenrijkdom en het ecologisch evenwicht. We hangen wel nestkasten, aan palen ! En betalen imkers voor het plaatsen van bijenkorven omdat de inheemse bijen verdwenen zijn.

Wel, als dat in onze hoofden niet verandert, dan mogen we de politici niet verwijten om amateuristische te werk te gaan en sjoemelkaarten te maken. Het krampachtig amateurisme is een weergave van ons denken en van onze angst voor grote bomen en robuuste natuur. Daarbovenop het ronduit hilarische pleidooi van Wegen en Verkeer dat straatbomen niet dikker dan 10 cm mogen zijn. Hoe gaan we bomen verhinderen om te groeien ?  

Grote bomen en oude bossen zijn zó belangrijk voor onze gezondheid en welbevinden.

In de beemd laten we ze groeien, de bomen, met lage kruinen en wilde kronen.   Ga maar eens kijken aan Graetmolen of in de Broekbeemd.

Jan Nuijens

22:23 Gepost door Dirk | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |